Home » Geschiedenis

Gedeelte van onze verzameling...

 

De geschiedenis van de kinderwagen

Voor 1840

Eeuwenlang is het dragen van kinderen de belangrijkste manier om baby's te vervoeren. Vaak een draagzak op de rug zodat de moeder de vrijheid heeft om te werken of te reizen. Toch worden al heel vroeg in de geschiedenis  karretjes beschreven die bedoeld zijn voor het vervoer van kinderen. Rond de 17e eeuw laat de hogere klasse wagentjes bouwen die getrokken worden door dieren. In de 2e helft van de 17e eeuw worden het steeds vaker bedienden die de wagentjes trekken.

1840-1880

In de 19e eeuw worden eenvoudige, driewielige trekkarren voor kinderen steeds populairder. In 1840 start in Engeland de eerste fabriek die zich speciaal op deze wagens richt.

Doordat de wegen steeds beter worden kunnen kinderwagens geduwd worden. De eerste kinderwagens zijn geinspireerd op rolstoelen, met drie houten wielen en een handgreep aan de achterkant. De echte doorbraak van de kinderwagen komt als de Engelse Koningin Victoria drie wagens voor haar kinderen laat maken. Er verschijnen grote versies met houten wielen en grote rieten manden waarin een kind wel tot het 7e jaar kan zitten.

De Victorians hebben 3 wielen omdat een voertuig met meer dan drie wielen verboden is op het voetpad te rijden. Vanaf ongeveer 1855 worden kinderwagens steeds populairder in de hogere klasse. Het past binnen de heersende opvatting dat de verhouding tussen ouder en kind afstandelijk moet zijn. Niet gedragen maar gereden en voornamelijk door kindermeisjes. Vanaf 1857 verschijnen modellen met volledig metalen wielen. Wagens hebben vaak een kap. Hierdoor hebben moeders geen zicht op het kind. Het komt dan ook regelmatig voor dat een kind uit de wagen valt.  Later komen er riemen in de wagen om het kind vast te zetten en worden kappen soms voorzien van een raampje.

In deze tijd worden ook sportkarren populair, houten karretjes met stoeltjes op 2 wielen. Omdat ze veel goedkoper zijn kunnen de "gewone" mensen zich ook een kinderwagen veroorloven.

1880-1914

Rond 1870 wordt de "bassinet" geintroduceerd. Een babywieg met kap op een eenvoudig onderstel met vier wielen. De wagens hebben een grote vlakke bodem en hoge wielen zodat de baby goed kan liggen en gemakkelijk in en uit de wagen kan worden getild.

Kinderwagens hebben nog geen remmen. Er gebeuren dan ook regelmatig ongelukken met wagens die van het pad af raken.

De wagens rond 1880 zijn bijna allemaal zwart of donkerbruin. Niet zo vreemd in een tijd waarin bijna alles donker is, meubels en kleding.

1914-1940

In het begin van de jaren '20 doet de industrialisatie zijn intrede, en daardoor veranderen veel dingen. Veel kinderwagens krijgen lichtere kleuren. De twee duwstangen van de wagen verdwijnen en ook de twee kappen komen alleen nog voor bij kinderwagens voor tweelingen. Na de 1e wereldoorlog worden de bakken van de kinderwagens steeds dieper en langer. De koperen onderdelen worden vervangen door nikkel en chroom. Hoe groter en logger de kinderwagens worden, des te zwaarder om te drukken. Sommige krijgen weer een 2e handvat omdat het moeilijk is om ze te keren. Er komen zelfs kinderwagens met een motortje op de markt. Dit wordt geen succes omdat de wagen bijna net zo veel kost als een auto, en hij mag niet op het voetpad en voor het rijden op straat is een rijbewijs nodig!

1940-1960

Na de 2e wereldoorlog is er een gebrek aan grondstoffen, dus worden onderdelen uit Belgie gehaald. In de jaren '50 komen er nieuwe kinderwagenmodellen op de markt. Er komt een verbeterde vorm van de C-vormige vering en er worden nieuwe materialen gebruikt. De wagens krijgen veel extra chroom en extra versieringen. Het wordt steeds meer een statussymbool.

In de jaren '60 komen er stijlvolle wagens op de markt met een afneembare bak en een te demonteren onderstel.

1970-2000

De ontwikkeling naar een praktische, gemakkelijk met de auto te vervoeren kinderwagen zet door. Het comfort voor het kind levert daarbij vaak in. Een combinatie van bak, buggy, draagstoeltje en kinderstoel komt steeds meer voor. Er verschijnen bijna geen traditionele wagens meer op straat. Eind jaren '90 ontstaat een tegenbeweging: veel jonge moeders willen hun kind in de wagen waarin ze zelf ook gelegen hebben. Als die er niet meer is wordt er gezocht op rommelmarkten en in tweedehands zaken.